Van de Gorges de l'Aveyron naar de Lot Het historische Rouergue op zijn best L'Aveyron is het enige departement in Frankrijk dat praktisch helemaal het oude, historische Rouergue dekt. Wandelen met de routepaden. Gites d'étapes et de séjours en algemene inrichtingen.
Wandelen in de Gorges de l'Aveyron naar de Lot
in Zuid Frankrijk
Herman Van Hilst
Het historische Rouergue op zijn best. L'Aveyron is het enige departement in Frankrijk
dat praktisch helemaal het oude, historische Rouergue dekt. Het is een streek
met vele gezichten.' je vindt er causses, oitgestrekte bossen, rotsformaties,
diepe kloven en snel stromende rivieren. Enkele jaren geleden heeft de toeristische dienst
van Villefranche-de Rouergue een vierdaags wandelarrangement uitgewerkt, dat we
eens wilden uittesten. De wandelmogelijkheden in de Rouergue zijn legio. Wij
beperken ons tot de westkant van de streek.
Met Najac als startpunt wandelen we eerst langs de Gorges de l'Aveyron . We passeren de oude stad Villefranche-de-Rouergue en lopen door bossen en weiden naar Capdenac of de vallei van de Lot. Het zijn vier etappes die samen 70 km lang zijn. Het oude Rouergue is overal via de bastides, wegkruisen, romaanse kerkjes en mooie kastelen.
Gorges
de l'Aveyron
Voor we op pad gaan, bekijken we het stadje Najac.
Het is prettig kui- eren in de smalle straatjes. Zoals alle middeleeuwse steden
bestond ook Najac uit drie delen.' het deel binnen de stadsomwalling, een hoger
gelegen burcht met enkele steegjes eromheen en de buitenwijken. Het vierkantige
grondplan van de bastide is hier enigszins zoek. Men moest immers rekening
houden met de geografische ligging en dus werd het een langge- rekte bastide.
Het centrale punt is de Place du Faubourg of in het occitaans Place de Barry.
Het is een ruim plein met een fontein en enkele zijstraatjes die dateren uit de
13de eeuw. Als je verder klimt langs de rue du Barriou, kom je bij het
versterkte kasteel, deels ru'ine uit de 12de en de 13de eeuw. In de buurt is er
nog de parochiekerk, een van de eerste gotische kerken (13de eeuw) van de
Rouergue.
Onze voeten jeuken en dus starten we onze eerste
etappe. Vanaf de Place de Faubourg lopen we in westelijke richting (kerk en
kasteel). Wat verder is er rechts een straatje (rue de l'Iversang) waar we
stoten op witrood, de routemarker n van de
GR36. We lopen
door een kastanjebos. De tamme kastanjelaar werd hier waarschijnlijk in de
tweede helft vm de Middeleeuwen ingevoerd. Het was de levensboom voor mens en
dier in tijden van hongersnood. Na één uur steken we de brug over de Aveyron
over. Deze snel stromenden rivier ontspringt in de buurt van Séverac-le-Château
en mondt nabij Montauban in de Tarn uit. We hebben uitzicht op de Gorges de
l'Aveyron. We verwachten diep ingesneden rotspartijen, maar het zijn beboste
hellingen.
Na de spoorwegbrug is er eerst een matige klim, gevolgd door een stevige bergop die ons bij het kruispunt Croix de l'Homme (431 m) brengt.
We
vervolgen onze route en bereiken Monteils, waar ons een goed onthaal wacht in
hotel-restaurant "Le Clos Gourmand" en we een bezoek brengen aan de hoeve Carles
die midden in het dorp ligt. De ganzen en eenden vormen de basis voor allerlei
specialiteiten als 'fois gras', 'confit de canard' en 'rillettes', die hier op
de boerderij gemaakt worden.
Na goed getafeld te hebben in Monteils, starten we
onze tweede etappe met Villefranche-de-Rouergue als doel. Vanaf Le Clos Gourmand
gaan we linksaf voorbij de gemeentelijke wasplaats, steken een asfaltweg over en
passeren een bruggetje. Overal vinden we witte mannetjes die een wandelaar met
stok voorstellen en ons de goede kant uitwijzen. We lopen nu in noord-
westelijke richting naar het klooster toe. Even loopt onze route nog samen met
de GR36 (14 km naar Villefranche). Hier start een korte klim door de bossen. We
passeren een krui- dentuintje. Eigenlijk lopen we over een causse. In
tegenstelling tot de caus- ses dieper in het zuiden zijn deze caus- ses niet zo
dor. We vinden er steenei- ken die tot vier meter hoog zijn en het
hoofdbestand
van het bos vormen. Jeneverbesstruiken zijn er ook, maar het geheel is niet zo
schraal en zelfs groen.
We passeren het dorpje Rouquette met een kasteelruïne (15de eeuw) en een aardig gotisch kerkje (15de - 18de eeuw) met een 'clocher a peigne', zoals je die wel meer in de streek vindt. Nu volgt de groene Vallee de l'Assout, waar ooit 14 graanmolens actief waren. Nu worden er in het zuivere water forellen gekweekt.Van de appeloogst wordt nog wel eens cider gemaakt. We naderen Villefranche-de-Rouergue. Het laatste stuk is wat vervelend en loopt door de voorsteden.
Bastides
Bastides zijn een veel voorkomend verschijnsel in
de Languedoc. In de zuidwestelijke hoek van Frankrijk zijn er ruim 300. Ze
hebben een vierkantig of rechthoekig stratenplan. Hun oor- sprong is wel
boeiend. Na de wanor- delijke politieke situatie aan het begin van de 13de eeuw
was een nieuwe economische en maatschappelijke organisatie hard nodig. Men ging
dus op zoek naar nieuwe architectonische vormen. Deze periode viel samen met de
demografische ontwikkeling. Er kwam meer welvaart onder de mensen en de
bevolking groeide aan.
Heel
wat plattelandsmensen trokken naar de steden. Een belangrijk element bij de
ontwikkeling van de Franse bastides was de nieuwe democratische orde- ning. De
bevolking werd mondig en koos zelf zijn 'consuls', een per wijk, die moesten
zorgen voor de meest elementaire noden en voorzieningen. Vele bastides dateren
uit de eerste helft van de 13de eeuw. Aanvankelijk hadden deze 'villes
nouvelles' een open struc- tuur, later kwamen er ter beveiliging omwallingen
bij.
De bastide van Villefranche-de- Rouergue heeft haar hoekige stratenplan goed bewaard. Zij kreeg vaste vorm rond 1250. Ze werd architectonisch opgebouwd rond een vierkantig plein (Place de la Fontaine), waarrond rechte straatjes werden aangelegd die met huizen volgebouwd werden. Samen vormden ze een 'quartier' of wijk. Zo werd de hele stad als een veelvoud van vierkanten uitgebouwd. Een dergelijke rechtlijnige wijk ontstond ook rond de Place Notre-Dame. In deze smalle straatjes vind je oude huizen die dateren uit de 16de en de 17de eeuw. De Collegiale Notre- Dame dateert uit de 13de tot de 16de eeuw en heeft een prachtig kerkgestoelte.
We
hernemen onze route. Omdat de buurt ten noorden van Villefranche weinig
aantrekkelijk is, nemen we een taxi naar Saint-Remy. Dat dorp ligt ten noorden
van de stad aan de D 92L Vandaag wandelen we naar La Bouriatte. In Saint-Remy
vinden we onze routemarkeringen terug. Het dorp heeft een mooi kasteel (prive)
en een aardig romaans kerkje. Het oudste gedeelte stamt uit het jaar 1000. Bij
de restauratiewerken enkele jaren geleden werden bijbelse tekeningen (links van
het altaar) ontdekt. De oude pastoor weet er alles van en we krijgen een
uitgebreide rondleiding.
We lopen het dorp uit en we vinden er een landschap bestaande uit weiden en velden, vaak afgezoomd met struikachtige gewassen of stenen muurtjes. Wat verder vinden we een preromaanse kapel met oude waterput bij een verlaten hoeve. Hier werd vroeger Notre Dame de Mauriac vereerd.
We steken de D 922 over en lopen hoog boven de
vallei. Tussen Saint- Remy en Villeneuve vinden we het trace van een oude
Romeinse heirweg. We naderen Villeneuve en ook hier vinden we een rechtlijnige
bastide. De kerk (11de - 14de eeuw) heeft een mooi romaans gedeelte met
merkwaardige fresco's. We lopen door de smalle straatjes, langs oude gotische
huizen uit de 15de en de 16de eeuw. Ook deze bastide stamt uit de eerste helft
van de 13de eeuw. Later werd de stad versterkt met een omwalling en stadspoorten.
Een van deze bouwsels is de Porte Haute (15de eeuw) met drie etages. Tussen
Villeneuve en La Bouriatte lopen we opnieuw door de velden, maar er zijn ook nog
grote stukken eikenbossen. We komen zelfs een dolmen tegen. In heel de Aveyron
vind je wel 700 van deze bouwsels.
Op deze hoogten zweven nogal wat roofvogels als buizerds, wouwen, steenarenden, torenvalken en sperwers op zoek naar een prooi. We passeren nog een mooi kasteel en we worden opnieuw goed onthaald in de "Auberge de la Bouriatte". Het ligt helemaal op het platteland en we nemen een duik in het openluchtzwembad.
Onze laatste etappe is landschappelijk al even
mooi als de voorgaande. We keren even op onze schreden terug en vervoegen onze
vertrouwde routemarkeringen. We lopen langs weiden, later door bossen. We
wandelen rond Naussac en klimmen wat hoger (380 m), met mooie vergezichten op de
vallei van de Cabanou. We passeren de mooie kapel Saint-Loup. Ze heeft
preromaanse trekken en was van oorsprong een kluis. Wat verder is er de bron van
Saint-Clair, waar mensen nog regelmatig langskomen om genezing af te smeken voor
allerlei oogziekten (regard clair) of om te bidden voor mooi weer (temps clair).
De laatste vier kilometer blijven landschappelijk
gezien boeien. We lopen hoog boven een vallei en genieten van de panorama's.
Onze route eindigt in Saint-Julien-d'Empare, we zijn hier nog zes kilometer van
Capdenac in de vallei van de Lot.
Het was landschappelijk en historisch gezien een prachtige tocht. Daarbij komt nog dat we op het einde van deze tochtsuggestie diverse regionale specialiteiten hebben geproefd. Recreatief Wandelen Nov. 2000 n° 5
Voorheen was L'Etoile een toeristisch Hotel met een prachtig park eromheen langs de rand van de rivier "l'Allier" gelegen in La Bastide-Puylaurent tussen de Lozère, de Ardèche en de Cevennen in de bergen van Zuid Frankrijk. Kruising van de GR70 Stevenson route, GR7, GR72, Le Cévenol, Regordane Weg (St Gilles route), Roujanel Rondeweg, Margeride Rondeweg, Gorges de l'Allier Wandeltocht, Montagne Ardéchoise Rondeweg en veel kleine Routepaden.