Als je deze route als pelgrim wilt lopen, word je best eerst lid van het Vlaams Genootschap van Santiago de Compostela, waar je een pelgrimspaspoort (credencial) kunt aanvragen.
De Camino Mozarabe van Salamanca naar
Santiago
Christine Bloem
De
Camino Mozárabe is eigenlijk een variant van de Via de la Plata, die van Sevilla
naar Santiago loopt (zie Recreatief Wandelen jaargang 22, nr. 2, april 1997).
Ongeveer 40 km ten noorden van Zamora, om precies te zijn in het dorp Granja de
Moreruela, splitst de Via de la Plata zich. De hoofdroute loopt verder
noordwaarts, om zich in Astorga bij de bekende Camino Francés te voegen. De
variant echter volgt vanaf Granja een rechtstreekse route naar Santiago de
Compostela door het bergachtige grensgebied met Portugal. ' Het oorspronkelijke
tracé van het historische pad is in de loop der tijden ingenomen door autowegen.
Hoewel de Camino Mozárabe meestal in de buurt van de N 630, de N 631 en, later
in Galicië, de N 525 loopt, is men erin geslaagd om van het traject Salamanca -
Santiago een aantrekkelijk wandelpad te maken.
De
Via de la Plata/Camino Mozárabe is met gele pijleri bewegwijzerd, zoals alle
Spaanse pelgrimsroutes naar Santiago. In de provincie Ourense bestaat de
bewegwijzering uit werkjes van de beeldhouwer Carballo. De bewegwijzering is
over het algemee prima. We hebben maar enkele kere problemen gehad, meestal
omdat h oorspronkelijke traject door de aanleg van een autoweg niet meer
bruikbaar was en de nieuwe variant (nog) niet voldoende bewegwijzerd werd.
Als je deze route als pelgrim wilt lopen, word je best eerst lid van het Vlaams Genootschap van Santiago de Compostela, waar je een pelgrimspaspoort (credencial) kunt aanvragen. Deze credencial is een goe hulp bij het zoeken naar overnach tinyplaatsen. Natuurlijk kan je oo (een deel van) deze route als 'gewoon wandelaar lopen en in hostals of klein pensions overnachten. In dit d bevolkte gebied zijn die niet zeer tal rijk, maar wel voldoende aanwezig.
Van
Salamanca naar Santiago
Wij begonnen onze tocht in Salanianca, nuar voor
mensen met minder tijd is Zamora, ongeveer 70 km noordelijker, ook een geschikte
startplaats. Salanunca is een mooie, oude universiteitsstad, die een bezoekje
meer dan waard is. Een hele of eventueel een halve dag is nodig om een algemene
indruk op te doen van de stad, alvorens op de Plaza Mayor aan de tocht te
beginnen.
Als we het stadsgebied van Salamanca hebben verlaten, komen we op de aardewegen, die in dit licht glooiende landschap tot voorbij Zamora typerend zijn voor de Camino Mozarabe. Het zijn overblijfselen vm de 'canadas', de wegen waarlangs de herders vroeger in het begin van de zomer met hun schapen vanuit het zuiden naar de noordelijke bergweiden trokken en in de late herfst terugkeerden. In dit gebied worden zonnebloemvelden, korenland en soms wijngaarden afgewisseld door plantages met kurkeiken. Als er perceeltjes omgeploegd zijn, kunnen we zien hoe rood ge aarde is. In El Cubo de Tierra del Vino zijn we, zoals de naam al doet vermoeden, in het hart van een bekende wijnstreek. Dat was zo tot in de negentiende eeuw, tnaar toen vernietigde een plaag van de druifluis de wijngaarden grotendeels. Een deel van de wijndonieinen heeft zich van deze klap hersteld, maar een aanzienlijk aantal heeft zich na deze ramp toegelegd op andere culturen. De onderaardse wijnkelders die nog overal in deze streek te zien zijn, vormen een herinnering aan deze welvarende jaren.
Na ongeveer 70 km over deze aardewegen ni door kleine dorpen komen we in Zamora, een prachtige oude stad, die haar torens en bruggen in de rustig stromende rivier de Duero spiegelt. De twaalfde-eeuwse kathedraal ligt op een heuvel boven het water en vonnde destijds samen met het kastevl ernaast een geduchte verdedigingslinie voor de stad. Ook voor een bezoek aan Zamora is niinstens een halve dag nodig.
Stuwmeren
Bij Montamarta, zo'n 20 km ten noorden van Zamora,
konien we bij hct eerste stuwmeer van deze tocht, dat van Ricobayo op de rivier
de Esla. Het water staat duidelijk veel lager dan enkele jaren geleden. Het
kerkje, dat vroeger op een rotspartij aan de oever van dit stuwmeer stond, staat
nu op zijn rots midden in een grasvlakte. We lopen langs de waterlijn door kort,
stug gras langs lage blauwe disteltjes en grote dode vissen, helemaal verdroogd
door de blakende zon. Er ligt zelfs een klein gestrand bootje. Hoog boven het
water liggen de ruïnes van de stad Castrotorafe, die in 1129 werd gesticht door
de orde van Santiago en lange tijd een militair steunpunt was door haar
strategische ligging.
Er
is slechts weinig bewaard gebleven van deze in 1931 tot nationaal monument
verklaarde stad. 13innen de resten van de stadsmuren wordt nu koren verbouwd.
Een tiental kilometers verder komen we in Granja de Moreruela, een armoedig
aandoend dorp, dat door de N 630 letterlijk in tweeën wordt gesneden. Langs deze
drukke weg staat een hek om de mensen te beschermen met af en toe een opening om
over te kunnen steken!
In Granja splitstVia de la Plata zich; wij nemen de route via Puebla de Sanabria en Ourense. Nadat we vijf dagen in overwegend noordelijke richting hebben gelopen, wordt onze richting nu meer noordwest. We trekken nog altijd door een vrij vlak terrein, maar in de verte zien we al vaag de bergen waar we binnenkort door moeten. In de buurt van de rivier de Esla, die door een rotsachtig dal kronkelt, wordt het bndschap gedurende korte tijd wat groener. Hetzelfde gebeurt in het stroomgebied van de Tera, rnaar de streek daartussen is dor en droog.
Ook op de Tera zijn verscheidene stuwmeren, onregelmatig van vorm en soms bijzonder groot. Sommige ervan staan niet op de kaart en worden evenmin in de routebeschrijving genoemd. Dat merken we, als we op weg naar Villar de Farfán verkeerd lopen en het dorp pas bereiken, nadat we herhaaldelijk op een zijarm van het grillig gevormde stuwmeer vastgelopen zijn. Villar de Farfon ligt wat verloren op een heuvel, aan drie zijden ingesloten door het water. Het ziet er slaperig en bijna verlaten uit, een merkwaardig geheel van half ingestorte, verwaarloosde huisjes en een paar nieuwere.
Het
bergachtige grensgebled met Portugal
Als we het stroomgebied van de Rio Tera met de
vele stuwmeren uit zijn, komen we langzamerhand in het bergachtige, schaars
bevolkte grensgebied met Portugal. Het eerste stadje, Puebla de Sanabria, ligt
op een rots; we moeten dan ook vele traptreden beklimmen om in het centrum te
geraken. Puebla heeft een schilderachtig kasteel, een prachtige oude kerk en
pittoreske steile straatjes. We hebben dan ongeveer 225 km in de benen en zijn
bijna halverwege onze tocht.
In de buurt van de N 525 en de nieuwe autoweg, die
op hoge viaducten de kloof overbruggen, klimmen wij in grote lussen naar de 'Portillon
de Padornelo', een col op ruim 1300 m hoogte tussen de Sierra de Gamoneda en de
Sierra Segundera. De bergen zijn vrij kaal en hier en daar zwart geblakerd door
recente branden, die de schaarse begroeiing nog meer hebben uitgedund. Het
dorpje Padornelo met zijn huisjes uit gestapelde natuurstenen ligt ingeklemd
tussen de autoweg en de N 525.
De volgende col is de 'Portela de Canda' (1262 m), de toegangspoort tot Galicië. Ook de N 525 en de nieuwe autoweg persen zich in tunnels door deze nauwe doorgang. De wind heeft hier vrij spel. Vanuit onze hotelkamer inVilavella zien we in de verte de roodoranje gloed van een bosbrand boven de bergen.
Galicië
In
Galicië valt de verandering in het landschap meteen op: schilderachtige huisjes,
vaak met grappige balkonnetjes, vele bronnetjes en massa's gestapelde muurtjes
langs de wegen en om de percelen. Tussen A Gudina en Ourense zijn twee routes
mogelijk. De zuidelijke route loopt langs Verin en Allariz en volgt in grote
lijnen de N 525, die na de aanleg van de autoweg heel rustig is geworden. De
noordelijke route loopt langs Laza en Xunqueira door het dunbevolkte berggebied
van de Sierra Entirnos en in de buurt van het grote stuwmeer Embalse das Portas.
Op de zuidelijke route zijn door de nabijheid van de autowegen meer overnachtingsmogelijkheden, maar wij kiezen voor de primitievere noordelijke variant. In de streek tussen Campobercerros en Laza lijkt de tijd te hebben stilgestaan: geen huizen, geen autoweg, geen hoogspanningskabelr. Vrouwen met hoofddoeken zijn op het land aan het werk, de boer moedigt zijn ossen voor de ploeg luidkeels aan. Begeleid door het gekrijs van roofvogels en met een adembenemend mooi uitzicht op vele bergketens achter elkaar, klirnmen we over de berg Requixal, om aan de andere kant in een volkomen ander landschap te komen: een door kaarsrechte grindwegen doorsneden hoogvlakte met vele perceeltjes cultuurgrond.
Gelukkig hoeven we niet bng op deze kaarsrechte grindwegen te lopen. Via een volgende heuvelrug verlaten we deze vruchtbare streek.
Ourense
Zoals overal in Spanje hebben de Romeinen ook in
de buurt van Ourense hun sporen nagelaten in de vorm van bruggen en wegen. We
gebruiken een tijdje de Romeinse weg XVIII, die destijds Braga (Portugal) met
Astorga verbond, maar daarna moeten we het doen met een drukke asfaltweg door
het industriegebied van Ourense.
Ourense is een bruisende stad met vele mooie oude gebouwen, een Romeinse brug over de Mino en een prachtige kathedraal. De 'Portico de Paraiso' ervan lijkt sterk op de 'Portico de la Gloria' van de kathedraal van Santiago. Daar beëindigt de pelgrim traditioneel zijn tocht door zijn hand te leggen tegen de zuil met het beeld van Jacobus. In tegenstelling tot de Portico de la Gloria, waar de toeristen zich verdringen, is er in Ourense geen toerist te zien, zodat we in alle rust van dit prachtige portaal kunnen genieten.
Ongeveer 30 km ten noorden van Ourense ligt,
verborgen in een bergkloof, het prachtig gerestaureerde klooster van Oseira. We
komen er aan na een lange tocht door bossen en lanp zonovergoten berghellingen
en we worden er vriendelijk ontvangen. Het klooster is zeer mooi gerestaureerd
en de bibliotheek uit de zestiende eeuw is een juweeltje. Mensen op retraite en
pelgrims kunnen in het klooster overnachten.
Van Oseira is het nog ongeveer 80 km tot Santiago
de Compostela, een tocht door het groene Galicische land over onverharde paden
en kleine asfaltweggetjes door dorpen met lage, schilderachtige huisjes en
straten vol koeienpoep. De bergen zijn intussen al een heel stuk lager dan een
paar dagen geleden. We steken de rivier de Deza over op een Romeinse brug uit
912 en moeten nog één berg over, de Pico Sacro.
We
lopen kilometers lang door heerlijk geurende eucalyptusbossen.
Santiago
We naderen Santiago maar lopen nog steeds op
rustige, onverharde wegen door dorpjes, waar de straten overkoepeld worden door
wijnranken en waar de vrouwen het wasgoed nog op hun hoofd dragen van de
wasplaats naar huis. En dan opeens zien we - toch nog onverwacht - na een
bochtje in de hobbelige kasseiweg de kathedraal van Santiago in al zijn glorie
voor ons liggen. Vanaf dit punt kan je goed zien dat Smtiago op heuvels is
gebouwd. We lopen door een klein stadspoortje het oude stadscentrum in en korte
tijd later eindigen we onze pelgrimstocht bij de zuil van Jacobus in de Portico
de la Gloria. Helaas in het bijzijn van vele toeristen.
De Camino Mozárabe is een tocht die volledig verschilt van de 'Camino Francés', maar het is een aanrader voor wie van woeste, eenzame landschappen houdt. Recreatief Wandelen Nov. 2001 n° 5
Voorheen was L'Etoile een toeristisch Hotel met een prachtig park eromheen langs de rand van de rivier "l'Allier" gelegen in La Bastide-Puylaurent tussen de Lozère, de Ardèche en de Cevennen in de bergen van Zuid Frankrijk. Kruising van de GR70 Stevenson route, GR7, GR72, Le Cévenol, Regordane Weg (St Gilles route), Roujanel Rondeweg, Margeride Rondeweg, Gorges de l'Allier Wandeltocht, Montagne Ardéchoise Rondeweg en veel kleine Routepaden.